Jonge Klimaatagenda

De toekomst kleurt groen!


We staan voor een van de grootste uitdagingen van onze tijd. We zullen onze samenleving, economie en levens opnieuw moeten inrichten om de balans tussen mens en planeet te herstellen. Dat betekent op een nieuwe manier eten, wonen, werken, reizen en leren. Ruimte geven voor technologische innovatie, maar ook werken aan maatschappelijk en sociale vernieuwing. Het creëren van een wereld die niet alleen in onze behoeftes voorziet, maar ook die van toekomstige generaties veiligstelt.

Lees meer



Wonen

Voeding

onderwijs

Werken

Mobiliteit



Wonen

In 2050 wonen we slim door efficiënt gebruik te maken van de beschikbare ruimte. We bezitten minder ruimte zelf, maar delen meer ruimte. Onze woninginrichting hergebruiken we zoveel en zo vaak mogelijk. Verkeersruimte heeft plaatsgemaakt voor groenblauwe aders die zorgen voor een fijne leefomgeving binnen én buiten de stad. Alle bestaande woningen zijn in 2050 stap-voor-stap verduurzaamd en bij de aanschaf van een nieuwe woning speelt het energieverbruik een grote rol. We hergebruiken of recyclen alle bouwmaterialen en onze flexibele, CO2-vrije woningen worden remontabel gebouwd. Alle energie die we gebruiken is hernieuwbaar.

Lees meer

Voeding

In 2050 hebben we een duurzame, circulaire en transparante voedselketen. De voedselproductie heeft een positieve impact op de aarde en de natuur. We maken gebruik van de best beschikbare technologie. De voedselproducent is een maatschappelijk en sociaal betrokken ondernemer. De handel en retail is de groene verbinding tussen consument en producent. Het voedselaanbod zorgt voor zo min mogelijk impact op het milieu, we houden rekening met de seizoenen en we betalen de echte kostprijs. We hebben een voedselcultuur waarin kwaliteit, duurzaamheid, gezondheid en smaak van ons voedsel voorop staan. Ons dieet bestaat grotendeels uit plantaardige producten. We gooien geen voedsel weg en gebruiken alleen biologisch afbreekbare verpakkingen als het nodig is.

Lees meer

onderwijs

In 2050 vormt duurzaamheid een rode draad door ons onderwijssysteem. Van jongs af aan leren we relevante kennis en vaardigheden voor duurzame ontwikkeling, aan de hand van relevante vraagstukken en onafhankelijk lesmateriaal. Klassikaal onderwijs wordt aangevuld door participatief onderwijs, waarbij veel wordt samengewerkt tussen verschillende disciplines. Inspraak van jongeren in duurzaamheidsbeleid wordt op alle onderwijsinstellingen gestimuleerd en nageleefd. Onderwijsinstellingen zijn een voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De school staat midden in de samenleving en de omgeving wordt ingezet als lesmateriaal. Om- en bijscholing voor duurzame ontwikkeling is algemeen toegankelijk, verschillende generaties leren van elkaar door bewuste samenwerking en er is veel aandacht voor het opleiden van docenten. 

Lees meer

Werken

In 2050 streven we naar welzijn op de lange termijn. Onze economie is circulair en we ondernemen en investeren duurzaam en transparant. Doordat organisaties belanghebbenden betrekken, heeft hun duurzaamheidsbeleid veel draagvlak. De werkgelegenheid in duurzame industrieën is groot. We zetten onze kwaliteiten in voor zinvol werk dat bijdraagt aan een duurzame maatschappij. Zowel in als buiten ons werk zijn we allemaal bezig met duurzame ontwikkeling. We betalen de echte kostprijs voor onze impact op milieu en mens. Onze toegenomen vrije tijd besteden we duurzaam, creatief, sociaal en gezond.

Lees meer

Mobiliteit

In 2050 kiezen we per reis de meest geschikte manier om deze uitstootvrij af te leggen. Reisplanners helpen ons bij deze keuze door ons te informeren over de duurzaamheid van reisadviezen. Naar alledaagse bestemmingen en uitstapjes reizen we met behulp van hoogwaardig gedeeld en openbaar vervoer. Door digitaal te vergaderen op afstand vermijden we onnodige zakenreizen. We gaan meestal binnen Europa op vakantie en nemen dan de trein. We gebruiken zo min mogelijk energie bij het vervoeren van onze goederen. De energie die we gebruiken is hernieuwbaar en de meeste goederenkilometers worden afgelegd per schip en trein. Stadscentra bevoorraden we efficiënt door ladingen te bundelen en via centrale plekken te af te leveren.

Lees meer

Voorwoord

De toekomst kleurt groen!


We staan voor een van de grootste uitdagingen van onze tijd. We zullen onze samenleving, economie en levens opnieuw moeten inrichten om de balans tussen mens en planeet te herstellen. Dat betekent op een nieuwe manier eten, wonen, werken, reizen en leren. Ruimte geven voor technologische innovatie, maar ook werken aan maatschappelijk en sociale vernieuwing. Het creëren van een wereld die niet alleen in onze behoeftes voorziet, maar ook die van toekomstige generaties veiligstelt.

Dat vraagt om moed, vergt lef en roept op tot solidariteit. Bovendien daagt deze grote omwenteling jongeren uit om te doen waar zij het beste in zijn. Het bedenken van innovatieve ideeën en het doorbreken van bestaande patronen. Het zetten van een nieuwe stip op de horizon. De Jonge Klimaatagenda laat zien dat onze generatie daartoe in staat is. Zo werken we verder aan een brede beweging waarin jongeren de kans krijgen om hun stem te laten horen en te laten zien hoe het volgens hen anders kan. Dit maakt ons tot ambassadeurs van een duurzame toekomst. Een toekomst vol verwachting en hoop.

Sinds de lancering van de eerste Jonge Klimaatagenda (JKA) in 2017 is er veel gebeurd. Zo werd ons visiedocument overhandigd aan het Nederlandse kabinet, spraken we met de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over onze campagne #ikreisanders en vormde de Jonge Klimaatagenda het uitgangspunt tijdens onze onderhandelingen voor het Klimaatakkoord. Delen uit onze agenda werden vervolgens in het akkoord opgenomen, bijvoorbeeld op het thema duurzaam onderwijs. Daarnaast heeft de tekst van de ‘JKA’ zelf ook niet stil gelegen. De Jonge Klimaatagenda is verder aangescherpt en tientallen nieuwe jongerenorganisaties schreven mee aan de visie voor 2050 die nu voor jou ligt. 

Op deze manier werkt de Jonge Klimaatbeweging aan het realiseren van haar doel: het terugdringen van klimaatverandering. Daarbij streven we naar een duurzame wereld waarin klimaatrechtvaardigheid, jongerenparticipatie, inclusiviteit en empathie centrale uitgangspunten zijn. Dit alles doen we door de stemmen van jongerenorganisaties te verenigen.

Ik wil alle jongerenorganisaties, vrijwilligers en experts bedanken die de Jonge Klimaatagenda mogelijk hebben gemaakt. Jullie input en expertise maakt dit document uniek, visionair en waardevol. De komende jaren zullen wij er weer alles aan doen om de agenda om te zetten in actie!

Maarten Labots
Voorzitter Jonge Klimaatbeweging 2018/2019

 

Wonen

In 2050 wonen we slim, efficiënt en groen, zowel in de stad als daarbuiten. We delen veel van onze ruimtes en bouwen met flexibele bouwsystemen voor nieuwe woonvormen. Alle woningen zijn duurzaam en alle energie die we gebruiken is hernieuwbaar.

HOE ZIEN ONZE STEDEN EN DORPEN ERUIT IN 2050?


In 2050 woont iedereen dichtbij een kwalitatief natuurgebied. De hittebestendige, gezonde steden en dorpen bieden meer ruimte voor groenblauwe aders. We maken efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte. 

Groenblauwe aders


In 2050 is het wonen in steden en dorpen aangenaam voor zowel mens als dier. Groene en blauwe stadsaders zorgen voor een duurzame en gezonde leefomgeving waarin iedereen fijn woont. We wonen op maximaal tien minuten lopen van een kwalitatief groenblauw gebied van parkformaat. Waterrijke groengebieden combineren verschillende functies op een slimme manier. Ze zuiveren de lucht, reguleren de temperatuur, bieden plaats aan dieren (waaronder insecten), werken stressverlagend en verminderen de kans op wateroverlast.

Duurzame steden


We wonen in hittebestendige steden met een goede luchtkwaliteit. Hemelwater wordt deels opgevangen om te gebruiken, bijvoorbeeld in de woning en wordt vertraagd weer afgegeven. In de stad zijn weinig parkeerplaatsen en is er minder verkeersruimte om de groenblauwe stad de ruimte te geven. Binnen stedelijke gebieden kun je je alleen nog met klimaatvriendelijk vervoer bewegen. Onze binnensteden zijn volledig autovrij.

Slim ruimtegebruik 


In 2050 maken we slim en efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte. Zo kunnen we wonen op het water, gaan we de hoogte in en wonen we in voorheen leegstaande gebouwen. We wonen  kleiner, maar we hebben tegelijkertijd meer ruimte tot onze beschikking door ruimtes te delen. Iedereen woont in een woning die past bij de gezins-, leef- en werksituatie. Het is gemakkelijk om naar een passende woning te verhuizen en gebruikelijk om van woning te ruilen, bijvoorbeeld voor vakanties. 

HOE BOUWEN WE IN 2050?


Alle bestaande woningen zijn in 2050 stap-voor-stap verduurzaamd, er wordt voornamelijk gebouwd voor nieuwe woonvormen met flexibele bouwsystemen. We hergebruiken of recyclen alle bouwmaterialen en bij de aanschaf van een nieuwe woning speelt het energieverbruik ervan een grote rol. 

Bestaande woningen 


Alle woningen die voor 2050 zijn gebouwd zijn verduurzaamd en energieneutraal, zowel de sociale huurwoningen als de woningen in particulier bezit. Het energieverbruik is sterk verlaagd en de resterende benodigde energie wordt op een duurzame manier opgewekt. De verduurzaming van de woningen is stap-voor-stap gerealiseerd en de bewoners hebben zelf voor het moment en de maatregelen kunnen kiezen. 

Nieuwbouw


Nieuwe woningen zijn in 2050 volledig CO2-neutraal in zowel bouw als gebruik. We gebruiken enkel groene energie. Daarnaast hebben alle bouwmaterialen en het vervoer hiervan hebben geen impact op het milieu. Bij de bouw van nieuwe woningen worden enkel circulaire bouwmaterialen gebruikt en het bouwen zelf wordt waar mogelijk geautomatiseerd. We streven er actief naar om nieuwe woningen zoveel mogelijk in bestaande steden en dorpen in te passen. In stedelijke gebieden bouwen we de hoogte in. Zo houden we een gezonde balans tussen de natuurlijke en de gebouwde omgeving. Om de levensduur van woningen optimaal te benutten, zijn ze flexibel inzetbaar voor verschillende doelgroepen. Nieuwe woningen worden vooral gebouwd voor nieuwe woonvormen, zoals meergeneratie of in groepsverband wonen. Door te bouwen met flexibele bouwsystemen kunnen we woningen gemakkelijk in- en uitbreiden of aanpassen bij veranderende woonwensen.

Materiaalgebruik 


Zowel bij renovatie als bij nieuwbouw worden grondstoffen allemaal hergebruikt of gerecycled. We betalen de echte kostprijs voor eerstegraads grondstoffen. Hierdoor worden hergebruikte materialen goedkoper dan nieuwe producten. Onderdelen van woningen worden zo ontworpen dat ze eenvoudig uit elkaar gehaald kunnen worden. Het is gemakkelijk om bijvoorbeeld ramen, deuren of vloeren uit de woning te halen zonder deze te beschadigen. Daarna worden ze gerepareerd, verbeterd en hergebruikt in een andere óf dezelfde woning. Bij (ver)bouw voeren we de gebruikte materialen in een materialendatabase in. Bouwers en ontwerpers weten zo precies welke materialen op welke plaats in een gebouw zijn toegepast. Dit zorgt ervoor dat we de materialen makkelijk terug kunnen vinden en opnieuw kunnen gebruiken.

Een woning kopen


Bij de aanschaf van een woning wordt de koper actief geïnformeerd over het energieverbruik van de woning. Kopers worden hierdoor sterk beïnvloed door de energiekosten en woningeigenaren worden gemotiveerd de woning zo duurzaam mogelijk te maken. We maken gebruik van financiële producten die duurzaam wonen stimuleren zoals gebouwgebonden financiering. Daarnaast bieden woningrenovaties direct mogelijkheden voor andere woonwensen, zoals levensloopbestendig wonen. Hierdoor woont iedereen in een duurzame en comfortabele woning.

HOE WONEN WE IN 2050?


In 2050 bezitten we minder ruimte zelf, maar delen we meer ruimte. Onze woninginrichting hergebruiken we zoveel mogelijk. We gaan bewust om met energie en alle energie die we gebruiken is écht groen.

Ruimtes delen


We gaan in 2050 anders om met het bezit van een woning. We bezitten minder ruimte zelf en delen de ruimtes die we niet iedere dag nodig hebben, bijvoorbeeld ruimtes waar we feestjes geven, bezoekers laten logeren of waar we werken. We regelen dit snel en simpel met onze medebuurtbewoners via apps. Veel gebouwen en ruimtes zijn zo voor iedereen toegankelijk en functies zoals kantoor-, werk- en woonruimte worden waar mogelijk gecombineerd. 

Circulaire inrichting


We hergebruiken en repareren onze woninginrichting zoveel mogelijk. Hierbij maken we veel gebruik van betaal-voor-gebruik constructies. We betalen dan voor diensten zoals verlichting, verwarming of koeling in plaats van dat we lampen, verwarmings- of koelelementen kopen. De producent blijft eigenaar van de grondstoffen en de bewoner betaalt voor het gebruik ervan. Zo worden producenten geprikkeld om duurzame producten met een lange levensduur te ontwikkelen. Er is geen huishoudelijk afval, omdat we zoveel mogelijk hergebruiken en de overige materialen recyclen.

Energie


In 2050 is alle opgewekte energie écht groen en niet slechts op papier. Er is weinig energie nodig omdat onze woningen goed geïsoleerd en onze installaties zeer energiezuinig zijn. Ook gaan we bewust om met energie. Dankzij slimme sensoren en (mobiele) apps is het voor iedereen gemakkelijk om precies te zien hoeveel energie en water we op ieder moment verbruiken. Ook kunnen we zien welke apparaten deze energie verbruiken. We slaan onze energie eenvoudig en kostenefficiënt op, bijvoorbeeld in het slimme elektriciteitsnet van vervoersmiddelen en woningen. Daarom is het niet nodig om duurzaam opgewekte energie op hetzelfde moment te gebruiken. Waar mogelijk zijn woningen zelfvoorzienend in hun energie en waar dit niet kan wordt het op wijkniveau georganiseerd.

Voeding

In 2050 is onze hele voedselketen duurzaam, circulair en transparant. Producenten, retailers, handelaren en consumenten werken samen en zorgen dat de kringlopen binnen de hele keten gesloten zijn. Als consument kiezen we bewust voor duurzame, gezonde en vooral plantaardige producten.

HOE WORDT IN 2050 ONS VOEDSEL GEPRODUCEERD?


In 2050 produceren we ons voedsel circulair en klimaatneutraal door slim gebruik te maken van technologie. We sluiten de kringlopen in de hele voedselketen en de voedselproducent is een sociaal en maatschappelijk betrokken ondernemer.

Kringlopen


In 2050 produceren we ons voedsel circulair en klimaatneutraal met ruimte voor mens, natuur en landbouw. De productie van voedsel heeft een positieve impact op de aarde: voedselproductie, natuur en biodiversiteit versterken elkaar. In 2050 is er voldoende voedsel voor de gehele wereldbevolking en de landbouwsector heeft zich aangepast aan een veranderend klimaat. We zorgen ervoor dat er nauwelijks broeikasgassen worden uitgestoten. Binnen de hele voedselketen sluiten we de kringlopen, waarbij we niet meer grondstoffen gebruiken dan noodzakelijk. Reststromen gebruiken we in de keten weer als grondstof voor de bodem. Tegelijkertijd gebruiken we niet meer land voor de productie van voedsel dan nodig is.

Voedselproductie


Een gezonde en vruchtbare bodem is de basis in de landbouw en maakt onderdeel uit van het verdienmodel van de boer. We telen ook andere en nieuwe producten zoals zeewier, noten en peulvruchten. We produceren gewassen primair voor menselijke voedselconsumptie en de gewasresten gebruiken we als veevoer of als bodemverbeteraar. In 2050 vindt onze voedselproductie ook op andere locaties plaats, zoals op daken, verticaal langs muren, op het water en in leegstaande gebouwen. De landbouwsector is technologie- en datagedreven. Door precisielandbouw kunnen we de voedselproductie nauwkeuriger en efficiënter maken en beter controleren. Producenten kunnen met (open source-)technologie makkelijk het waterverbruik, weersvoorspellingen en de status van de grond en het gewas bijhouden.

Meer dan alleen voedselproducent


In 2050 is de voedselproducent een sociaal en maatschappelijk betrokken ondernemer. Boeren spelen een belangrijke rol in natuurbehoud en dragen bij aan de leefbaarheid van het platteland. In voedselbossen combineren we voedselproductie met natuur, recreatie en educatie. Ondernemers kunnen de voedselproductie combineren met het leveren van diensten aan de samenleving, zoals zorglandbouw, agrotoerisme en het leveren van producten voor de korte keten. Boeren kunnen nieuwe verdienmodellen creëren door bijvoorbeeld dataproducent te worden, essentiële bouwstoffen te leveren voor de bio-economie of door koolstof op te nemen in de bodem. Met een start-up- & transitiesubsidie geven we boeren de ruimte om zelf te ondernemen en te innoveren.

HOE ZIEN DE RETAIL EN HANDEL ER IN 2050 UIT?


In 2050 is onze voedselketen duurzaam en transparant. Handel en retail vormen de directe en groene verbinding tussen de consument en producent. We betalen een eerlijke kostprijs voor ons voedsel.

Duurzame, transparante en eerlijke keten


In 2050 zijn alle schakels in onze voedselketen duurzaam, transparant en zo kort mogelijk. We betalen een eerlijke beloning aan boeren en andere arbeiders in de gehele (internationale) voedselketen. Grote bedrijven gebruiken hun invloed om de keten eerlijker en duurzamer te maken en hebben geen monopolie meer op het voedselaanbod. Binnen de keten concurreren we niet langer op efficiëntie of laagste prijs, maar vooral op kwaliteit, voedingswaarde, dierenwelzijn en bijdrage aan natuur of biodiversiteit. De korte en lokale keten zorgt voor kwalitatief contact en samenwerking tussen producenten en consumenten. Hierdoor kunnen vraag en aanbod beter bij elkaar worden gebracht. Als land richten we ons vooral op kennisexport en nauwelijks op de export van producten.

Aanbod


In 2050 hangt ons voedselaanbod vooral af van het seizoen en de impact op milieu en klimaat. Supermarkten selecteren ons voedsel op basis van duurzaamheid, smaak en voedingswaarde en niet op basis van grootte, vorm en kleur. We bepalen de prijs van een product door gebruik te maken van een echte kostprijs. Dit helpt consumenten te kiezen voor duurzame producten en zorgt ervoor dat de producent een eerlijke prijs krijgt. We gebruiken alleen verpakkingen als het voedselverspilling tegengaat en de houdbaarheidsdatum aantoonbaar verlengt. We gebruiken biologisch afbreekbare materialen voor de verpakkingen of zorgen ervoor dat verpakkingen worden gerecycled.

Logistiek


In 2050 minimaliseren we het energiegebruik in de logistieke keten en de energie die we gebruiken is hernieuwbaar. De retail is de directe en groene verbinding tussen consumenten en producenten. We gebruiken technologie om te laten zien welke wegen producten afleggen en hoeveel energie er is gebruikt. Voor de consument  levert dit transparantie en duidelijkheid op over de herkomst van producten. Binnen de keten zetten we transportmiddelen slim en efficiënt in, waarbij we gebruikmaken van  een gedeeld en overkoepelend distributiesysteem. 

WAT EN HOE EET DE CONSUMENT IN 2050?


In 2050 zijn we ons bewust van de impact van voedselkeuzes en hebben we een voedselcultuur waarin kwaliteit, duurzaamheid, gezondheid en smaak van ons voedsel voorop staan.

Voedselcultuur


In 2050 hebben we een voedselcultuur waarin de kwaliteit, duurzaamheid, gezondheid en smaak van ons voedsel voorop staan. Kinderen leren van jongs af aan waar hun eten vandaan komt en wat gezond en duurzaam voedsel is. We hebben een eetcultuur waarin we experimenteren met voedsel, vaak samen eten en tijd besteden aan koken en onze maaltijden. We eten voornamelijk  plantaardige eiwitten en minder eiwitten van dierlijke oorsprong om zo de impact op de aarde te verminderen. In 2050 is het eten van vlees niet de norm. Ons dieet bestaat voornamelijk uit plantaardige producten zoals groenten, peulvruchten, noten en zeewier. 

Bewustzijn en koopgedrag


In 2050 kiezen we bewust voor duurzame en gezonde producten in de supermarkt. Supermarkten spelen een rol bij het veranderen van het koopgedrag van consumenten. Horeca en cateraars laten ons kennis maken met lokale en seizoensgebonden producten. Scholen en bedrijfskantines hebben een voorbeeldfunctie als het gaat om gezond en duurzaam eten. De overheid stimuleert een gezond en plantaardig dieet, bijvoorbeeld door overheidscampagnes of financiële prikkels.

Voedselverspilling


We gooien in 2050 geen eten weg. We voorkomen dat er voedsel overblijft, omdat we minder in bulk inkopen en we passende porties koken. Daarnaast laten we ons niet beïnvloeden door een vlekje op een groente of door een vrucht met een rare vorm . Voedsel dat toch overblijft wordt gedeeld in bijvoorbeeld een online voedselnetwerk. Voedsel dat niet op tijd wordt verkocht in de supermarkten, wordt gebruikt in de horeca en in de catering. Als voedsel echt niet meer houdbaar is, wordt het circulair verwerkt en wordt het als reststroom in de landbouw gebruikt. De consument kan zich makkelijk laten informeren over de houdbaarheid van producten door middel van bijvoorbeeld een (mobiele) applicaties.

 

onderwijs

In 2050 neemt duurzaamheid een centrale plaats in bij alle onderwijsinstellingen. Duurzaamheid is integraal verankerd in het curriculum, het leerproces, de leeromgeving en de ontwikkeling van de werknemers. Door middel van de integrale schoolaanpak staan deze elementen sterk met elkaar in verbinding.

HOE ZIET HET CURRICULUM ERUIT IN 2050?


In 2050 vormt duurzaamheid een rode draad door ons onderwijssysteem. Kennis en vaardigheden voor duurzame ontwikkeling worden van jongs af aan aangeleerd aan de hand van relevante vraagstukken en onafhankelijk lesmateriaal.

Duurzaamheid als rode draad 


We komen van jongs af aan in aanraking met duurzaamheid, waarbij contact met de natuur een belangrijke rol speelt. Kinderen leren respectvol omgaan met hun omgeving en bewustzijn verspreidt zich via huishoudens en de verdere omgeving van het kind. Duurzaamheid vormt een rode draad door ons gehele onderwijssysteem. Het is een belangrijk onderdeel van de nationale eindtermen van het basis- en voortgezet onderwijs en iedereen leert over duurzaamheid in relatie tot het eigen vakgebied of beroep. Daarnaast bestaat er een verscheidenheid aan vervolgopleidingen en met name specialisaties die op gericht zijn op duurzame ontwikkeling.

Relevante en onafhankelijke leerstof


We leren over de natuurlijke, sociale en economische aspecten van duurzaamheid in relatie tot elkaar aan de hand van relevante en actuele maatschappelijke vraagstukken. Het onderwijs leidt op voor de maatschappij van de toekomst en de inhoud van het curriculum wordt regelmatig aangepast aan de actuele ontwikkelingen. Het lesmateriaal en de leerinhoud is onafhankelijk van commerciële belangen en wordt beoordeeld door een controlerend orgaan van onafhankelijke partijen. Dit beperkt de invloed van grote bedrijven en helpt docenten bij het selecteren van materiaal voor hun eigen lessen.

Duurzame competenties


Naast kennis over duurzaamheid wordt er aandacht besteed aan diverse vaardigheden en perspectieven die bijdragen aan de inrichting van een duurzame samenleving. Het gaat onder andere om toekomstgericht, oplossingsgericht en in systemen denken. Verder spelen zelfontplooiing en empowerment op alle leeftijden een belangrijke rol in onze ontwikkeling. Daarnaast ontwikkelen we ook digitale competenties die cruciaal zijn in een snel veranderende technologische samenleving. We bezitten een kritische houding en kunnen technologische oplossingen die bijdragen aan duurzame ontwikkeling daarom optimaal benutten.

HOE ZIET HET LEERPROCES ERUIT IN 2050? 


In 2050 heeft klassikaal onderwijs plaatsgemaakt voor participatief onderwijs met veel interdisciplinaire samenwerking. Inspraak van jongeren in duurzaamheidsbeleid wordt op alle scholen gestimuleerd. 

Interdisciplinaire samenwerking


Om complexe duurzaamheidsvraagstukken te kunnen begrijpen en oplossen werken we veel samen met verschillende vakgebieden. Alle (vervolg)opleidingen hebben daarom een interdisciplinaire component. Als belangrijk onderdeel van het leerproces werken we aan vakoverstijgende opdrachten, waarbij vakspecifieke expertise integraal wordt toegepast. Binnen deze projecten is er bovendien intensieve samenwerking en uitwisseling tussen leerlingen en studenten van verschillende onderwijslagen en niveaus. Praktisch en theoretisch onderwijs vullen elkaar aan, waarbij iedere samenwerkingspartner de eigen kwaliteiten inzet.

Participatie


Er is een balans tussen leren van de docent en leren van elkaar, waarbij de docent het leerproces faciliteert. Er worden diverse werkvormen gebruikt, zodat leerlingen en studenten met verschillende leerstijlen worden aangesproken. Naast klassikaal onderwijs is er volop ruimte voor participatief onderwijs, co-creatie en onderzoekend leren. Dit wordt mogelijk gemaakt door een dynamische en flexibel in te richten leeromgeving met ruimte voor dialogen, experimenteren en creativiteit.

Inspraak


De onderwijsinstelling faciliteert inspraak van leerlingen en studenten met betrekking tot het duurzaamheidsbeleid en neemt initiatief om samen met hen de uitvoering hiervan te realiseren. Jongeren zijn aanjagers in het verduurzamen van hun omgeving. Onderwijsinstellingen moedigen initiatieven van jongeren aan en zorgen voor een omgeving waarin voortdurende verandering en verbetering de norm zijn. Er is ruimte binnen het curriculum voor leerlingen om eigen ideeën over duurzaamheid uit te werken in projecten. Daarnaast hebben medezeggenschapsorganen een belangrijke positie binnen de onderwijsinstellingen.

HOE ZIET DE LEEROMGEVING ERUIT IN 2050?


In 2050 fungeren alle onderwijsinstellingen als voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De school staat midden in de samenleving en zowel het eigen gebouw als de omgeving wordt gebruikt als lesmateriaal.

De school als voorbeeld


De schoolgebouwen en campussen zijn energieneutraal en vormen een voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De ruimtes bevatten veel groen en worden door zowel technologische als ecologische oplossingen optimaal benut. Er wordt veel gebruik gemaakt van diensten in plaats van producten. De kantines gebruiken voornamelijk plantaardige, lokale en seizoensgebonden producten waarbij geen voedsel wordt verspild en verpakkingen bijna geheel verdwenen zijn. Gebouwen, kantines, materialen en vervoermiddelen worden naast hun primaire functie ingezet als lesmaterialen. De leeromgeving draagt bij aan de bewustwording van de impact van onze eigen consumptie, omdat we actief met deze onderdelen aan de slag gaan.

Relatie met de omgeving


Onderwijsinstellingen staan midden in de samenleving. We leren van onze omgeving door middel van gastlessen, excursies en lokale duurzame projecten. De grootte van deze leeromgeving neemt toe naarmate we ouder worden, van lokaal in de peuterklas tot landelijk en zelfs internationaal tijdens onze vervolgopleidingen. Scholen laten aan hun omgeving zien wat ze doen op het gebied van duurzaamheid en goede voorbeelden worden erkend en uitgewisseld.

HOE ORGANISEREN WE OM- EN BIJSCHOLING IN 2050? 


In 2050 is om- en bijscholing voor duurzame ontwikkeling algemeen toegankelijk, leren verschillende generaties van elkaar door bewuste samenwerking en hebben we veel aandacht voor het opleiden van duurzame docenten. 

Omscholing


Kennisinstellingen, bedrijven en de overheid zorgen samen voor aantrekkelijke omscholingstrajecten naar duurzame sectoren. We wekken actief interesse bij werknemers om zich om te laten scholen voor beroepen die bijdragen aan een duurzame samenleving. Door behoud van salaris en sociaal vangnet zijn deze omscholingstrajecten toegankelijk en betaalbaar voor iedereen. Omscholing gebeurt zowel op theoretische wijze als in praktische vorm binnen de werkomgeving.

Bijscholing


Bijscholing is een standaard onderdeel van iedere baan en wordt over de hele loopbaan gestimuleerd door werkgevers in alle sectoren. Dit zorgt voor duurzame inzetbaarheid, waarbij we blijven leren en meeveranderen met de nieuwste ontwikkelingen binnen ons vakgebied. Bewuste samenwerking tussen verschillende generaties staat centraal. Dit zorgt voor evenredige uitwisseling van ervaring, kennis en expertise.

Duurzame docenten


Duurzaamheid maakt onderdeel uit van de periodieke bijscholingen voor docenten. Daardoor bezitten alle docenten vakspecifieke en interdisciplinaire kennis over duurzaamheid en zijn ze vaardig in het aanleren van duurzame competenties. Duurzaamheid heeft een plaats in alle lerarenopleidingen en we hebben erkenning voor docenten die zich actief inzetten voor het verder verduurzamen van het onderwijs.

Werken

In 2050 streven we naar welzijn op de lange termijn. We ondernemen duurzaam, circulair en transparant. We zijn allemaal bezig met duurzame ontwikkeling, zowel binnen als buiten ons werk. Onze toegenomen vrije tijd besteden we duurzaam, creatief, sociaal en gezond.

HOE ZIET ONZE ECONOMIE ERUIT IN 2050?


In 2050 streven we vanuit een ecocentrisch perspectief naar welzijn op de lange termijn. Onze economie is circulair en we betalen de echte kostprijs voor onze impact op milieu en mens.

Welzijn op de lange termijn


In 2050 handelen we vanuit een ecocentrisch perspectief waarin we onszelf als onderdeel van de natuur zien. We handelen vanuit een harmonie tussen mens, milieu en welvaart. Onze mentaliteit is in lijn met het principe ‘voldoende is genoeg’ en de consumptiemaatschappij is verleden tijd. Overheden monitoren welzijn met een brede set indicatoren. We kijken verder dan alleen economische groei en bruto binnenlands product (BBP). Sociale en ecologische impact wegen we mee, zowel binnen als buiten Nederland, en ons perspectief is gericht op de lange termijn. Kosten die we maken om schade aan milieu en mens te voorkomen, wegen we af tegen de kosten die we zouden maken om de schade te herstellen.


Circulaire economie


In 2050 is onze economie circulair. Onze productie draait op circulerende grondstoffen, aangedreven door hernieuwbare energiebronnen. Uitgangspunt hierbij is dat producten hun waarde zoveel en zo lang mogelijk behouden. Circulariteit is leidend voor het ontwerp van producten, productieprocessen en verdienmodellen. Alle schakels van onze productieketens werken nauw met elkaar samen om kringlopen te sluiten.


In de meeste gevallen betalen we voor (gedeeld) gebruik in plaats van dat we producten kopen en bezitten. Producenten blijven dan eigenaar van hun producten. Hierdoor hebben zij een commercieel belang om ervoor te zorgen dat de producten lang meegaan, gerepareerd worden en zuinig zijn. Doordat we producten en materialen steeds opnieuw gebruiken, voorkomen we overproductie en maken we optimaal gebruik van grondstoffen en energie. Voor elk product bepalen producenten op welke locatie en schaal ze deze het meest duurzaam kunnen produceren. We gebruiken zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen. Niet-hernieuwbare grondstoffen gebruiken we alleen voor recyclebare materialen. Niet-recyclebare materialen hebben we uitgefaseerd. We minimaliseren verpakkingsmateriaal en andere producten voor eenmalig gebruik. Wat we hiervan nog wel nodig hebben is biologisch afbreekbaar of wordt gerecycled, want afval bestaat niet. 

Belastingen 


In 2050 heffen overheden hoge belastingen op broeikasgassen, grondstoffen en vervuiling, terwijl de belasting op arbeid juist laag is. De hoge belasting ontmoedigt vervuiling door bedrijven en individuen. Door arbeid tegelijkertijd laag te belasten is onderhoud en reparatie aantrekkelijker en in de meeste gevallen goedkoper dan het weggooien en vervangen van producten en materialen. Door deze belastingen internationaal af te stemmen, voorkomen we dat vervuilers naar het buitenland verplaatsen. Door de belasting op vervuiling betalen we de echte kostprijs voor producten en diensten. Hierdoor worden we geprikkeld om duurzamere opties te ontwikkelen en consumeren, want deze hebben een concurrentievoordeel ten opzichte van minder duurzame opties.


HOE WERKEN ORGANISATIES IN 2050? 


In 2050 ondernemen en investeren we duurzaam en transparant. Belanghebbenden worden betrokken en stimuleren duurzame ontwikkeling.

Beleid van organisaties


In 2050 streven organisaties niet alleen hun eigen interne doelen na. Ze zorgen er minimaal voor dat ze geen schade aanrichten aan milieu en mens en en zijn continu bezig hun positieve impact op de samenleving en leefomgeving te vergroten. Om belanghebbenden te betrekken, communiceren organisaties hun duurzaamheidsdoelstellingen en -prestaties. Met hun positieve impact geven organisaties het goede voorbeeld. Voor hun negatieve impact houden we organisaties verantwoordelijk. We stimuleren organisaties om zich duurzaam te blijven ontwikkelen: van binnenuit door verantwoordelijk leiderschap in alle organisatielagen en van buitenaf door prikkels van overheden, maatschappelijke organisaties en betrokken individuen.


Duurzaam ondernemen 


In 2050 ondernemen we vanzelfsprekend ecologisch en sociaal verantwoord. Dit integreren we in de verslagen en bedrijfsplannen. Regulering vanuit overheden bewaakt de ecologische en sociale grenzen waarbinnen bedrijven mogen opereren. Normeringen zorgen voor betrouwbare en eenduidige communicatie van duurzaamheidsprestaties en we gebruiken deze informatie bij het kiezen tussen alternatieven. Dit geeft bedrijven een extra commerciële prikkel om te verduurzamen.


Investeren en beleggen 


In 2050 rapporteren bedrijven over financiële, sociale en milieuprestaties en hun interne bedrijfsvoering in één geïntegreerd jaarverslag. Deze transparantie maakt de prestaties inzichtelijk voor beleggers, waardoor zij investeren in bedrijven die duurzaam beleid voeren. Betrokken aandeelhouders stimuleren bovendien de bedrijven waarin ze investeren om meer positieve impact op milieu en mens te maken. Banken, fondsen en verzekeraars publiceren een investeringsagenda, zodat we kunnen kiezen waarvoor ons geld gebruikt wordt.


HOE WERKEN WIJ IN 2050? 


In 2050 zijn we allemaal zowel binnen als buiten ons werk bezig met duurzame ontwikkeling. Onze toegenomen vrije tijd besteden we duurzaam, creatief, sociaal en gezond.

Werken aan duurzame ontwikkeling 


In 2050 zetten we onze kwaliteiten in voor zinvol werk dat bijdraagt aan een duurzame samenleving. We hebben in ons werk allemaal de tijd en vrijheid om met duurzame ontwikkeling bezig te zijn, binnen en buiten onze reguliere verantwoordelijkheden en taken. Werkgevers geven ons daarbij de kans om hun duurzaamheidsbeleid te beïnvloeden. Dit zorgt voor draagvlak en betrokkenheid bij duurzame ontwikkeling, op alle schaalniveaus, lagen en afdelingen van alle organisaties.


Arbeidsmarkt


In 2050 zijn duurzame banen, bijvoorbeeld in de energiesector, aantrekkelijk en gewild. We promoten deze banen, bijvoorbeeld door campagnes van overheid en sectororganisaties. Taken die kunstmatige intelligentie en robots efficiënter en beter uitvoeren, hebben we geautomatiseerd. De kostenbesparing hiervan komt terug bij de mensen die dit werk voorheen uitvoerden, direct door werkgevers en indirect via belasting. Een belangrijk deel van dit geld gebruiken we voor bij- en omscholing en begeleiding naar nieuwe banen. Hiermee beantwoorden we aan de grote werkgelegenheid in duurzame industrieën. We hebben geen fossiele en vervuilende industrieën.


Vrije tijd 


In 2050 hoeven we minder tijd te besteden aan betaald werk om rond te komen. Dit is mogelijk gemaakt door automatisering, bewuste consumptie en de deeleconomie. Onze vrije tijd besteden we duurzaam, creatief, sociaal en gezond. Recreatie draait meer om gemeenschap dan om (individuele) consumptie. Opvoeding, onderwijs en de vrijetijdsindustrie stimuleren duurzame vrijetijdsbesteding. Alleen wanneer dit onvoldoende effectief is om schade aan mens en milieu te voorkomen, nemen overheden ontmoedigende maatregelen. We brengen regelmatig vrije tijd door in de natuur zonder dat dit schade aanricht aan natuurgebieden. Dit vergroot onze betrokkenheid bij duurzame ontwikkeling.


 

Mobiliteit

In 2050 kiezen we actief voor duurzame vervoermiddelen. We zijn ons bewust van de impact van onze verplaatsingen en passen ons reis-, transport- en koopgedrag hierop aan. 

HOE REIZEN WE IN 2050 BINNEN NEDERLAND? 


In 2050 kiezen we per reis de meest geschikte manier om deze uitstootvrij af te leggen. Reisplanners helpen ons bij deze keuze door ons te informeren over de duurzaamheid van reisadviezen. We reizen met behulp van gedeeld en openbaar vervoer naar alledaagse bestemmingen en uitstapjes.

Alledaags reisgedrag 


In 2050 kiezen we per reis bewust voor de meest geschikte reiswijze. Reisplanners helpen ons hierbij door niet alleen te informeren over de reistijd, maar ook over de duurzaamheid van de reisadviezen. Hier passen we ons reisgedrag op aan. Uitstootvrij vervoer heeft de (fossiele brandstof)auto vervangen als dominante vorm van transport voor alledaagse reizen, zoals naar werk, school of winkels. Op korte afstanden verplaatsen we ons vooral per fiets en te voet. Autovrije binnensteden bieden hier ruim baan voor. Ook buiten de bebouwde kom maken goede fietspaden het aantrekkelijk om met de (elektrische) fiets te gaan. Werkgevers stimuleren bewust reisgedrag van hun medewerkers, bijvoorbeeld door een vergoeding voor aanschaf en gebruik van de (elektrische) fiets en een zakelijke OV-kaart aan te bieden. Door regelmatig thuis te werken hoeven we bovendien minder vaak en ver te reizen.

Langere afstanden


In 2050 gebruiken we op langere afstanden het (uitstootvrije) openbaar vervoer, vaak in combinatie met de fiets. Fietsen kunnen we gemakkelijk stallen bij stations. Hier zijn ook altijd betaalbare (elektrische) huur-/deelfietsen beschikbaar. Bussen, trams en metro’s vullen een hoogfrequent treinnetwerk aan met snelle en logische aansluitingen, zodat we niet vaker dan nodig over hoeven te stappen. Door in minder dichtbevolkte delen van het land zelfrijdende bussen met dynamische routes in te zetten zijn we ook hier overgestapt van de auto naar het openbaar vervoer.

Elektrische (deel)auto


Wie in 2050 nog afhankelijk is van de auto, bijvoorbeeld vanwege het beroep, maakt gebruik van elektrische (deel)auto’s. Deze auto’s kunnen we gemakkelijk en snel van energie voorzien. De integratie van auto’s met batterijen in het slimme elektriciteitsnet zorgt bovendien voor extra capaciteit om pieken en dalen in de elektriciteitsproductie en -vraag op te vangen. Door auto’s en autoritten te delen, verspillen we minder grondstoffen, energie, geld en ruimte aan het produceren, aanschaffen en parkeren van auto’s. Voor het grote gebruik is de auto impopulair. We zien het bezit van een auto namelijk als overbodig en bovendien is autorijden duurder dan alternatieven.

Reizen in onze vrije tijd


In 2050 zijn populaire bestemmingen voor vrijetijdsbesteding voor iedereen goed bereikbaar per openbaar vervoer. Alle haltes en voertuigen zijn toegankelijk, ongeacht leeftijd en fysieke conditie, ook voor mensen met een beperking. Bovendien rijdt het openbaar vervoer tot laat door, zodat we ons geen zorgen hoeven te maken of we de laatste verbinding wel halen. In gevallen waar het openbaar vervoer een lastige optie blijft, kunnen we uitwijken naar elektrische deelauto’s.

HOE REIZEN WE IN 2050 OVER GRENZEN HEEN? 


In 2050 gaan we bewust om met internationaal reizen. We vermijden onnodige zakenreizen door digitaal te vergaderen op afstand. Op vakantie blijven we meestal binnen Europa en gaan we comfortabel met de trein.

Zakenreizen


In 2050 gaan we bewust en efficiënt om met (internationale) zakenreizen. Goede telecommunicatiemiddelen maken het mogelijk om op een prettige manier digitaal te overleggen op afstand. In de zeldzame gevallen dat we toch in persoon willen afspreken, reizen we via een snel internationaal treinnetwerk naar een centraal gelegen punt. Reisplanners en ticketaanbieders werken internationaal samen om dit makkelijk te maken. Alleen in uitzonderlijke gevallen gaan we nog met het vliegtuig. We accepteren en benutten onze reistijd. De comfortabele treinen en stations fungeren namelijk als prima werkplekken. Werkgevers wegen de impact op milieu en mens mee bij de keuze voor een manier van reizen en gunnen eventuele extra reistijd aan hun medewerkers.

Vakantie 


In 2050 gaan we meestal dicht bij huis op vakantie, in eigen land of elders binnen Europa. We gaan bijna nooit intercontinentaal op reis en vliegen nauwelijks. Via comfortabele en betaalbare treinreizen is Europa bereikbaar. Op de bestemming aangekomen maken we soms nog gebruik van een elektrische huur- of deelauto. Door een goede Europese (snel)laadinfrastructuur is het afleggen van langere afstanden mogelijk. Eventuele extra reistijd zien we als onderdeel van onze vakantie. Het openbaar vervoer (over lange afstanden) biedt mogelijkheden voor vermaak in voertuigen en op stations. Vliegtickets zijn duur door het integreren van de echte kostprijs en de afschaffing van belastingvrijstellingen. Vliegtuigbouwers en luchtvaartmaatschappijen blijven zich vernieuwen om de meest zuinige vliegtuigen in gebruik te hebben. We blijven onderzoek doen naar oplossingen voor duurzame luchtvaart en innoveren vervoermiddelen die op hoge snelheid lange afstanden duurzaam overbruggen.

HOE ZIET HET GOEDERENVERVOER ERUIT IN 2050? 


In 2050 minimaliseren we het energiegebruik van de logistieke keten, waarin we flexibel samenwerken. We transporteren op hernieuwbare energie, de meeste kilometers per schip en trein. Stadscentra bevoorraden we gebundeld via knooppunten.

Vrachtvervoer


In 2050 is het goederenvervoer duurzaam. Er heeft een systeemverandering in de transport- en logistieksector plaatsgevonden, vergelijkbaar met de verandering van ons reisgedrag. We minimaliseren het energiegebruik van de keten in plaats van de hoogste snelheid voor de laagste kosten na te streven. De energie die we gebruiken is hernieuwbaar. Producenten, verladers, vervoerders en afnemers stemmen hun transport flexibel met elkaar af, om in te spelen op veranderende omstandigheden. 

Verduurzaming van transportmiddelen


In 2050 hebben we transportkilometers met vrachtwagens geminimaliseerd door veel gebruik te maken van trein en schip. Vrachtwagens gebruiken we alleen nog voor het voor- en natransport en rijden op schone brandstof als waterstof of elektriciteit. De scheepvaart verduurzaamt door de introductie van nieuwe schepen die varen op hernieuwbare brandstoffen. Alleen tijdkritische producten kunnen we nog als luchtvracht vervoeren, luxeproducten niet meer.

Winkelbevoorrading en pakketten 


In 2050 bevoorraden we steden via knooppunten aan de rand van hun centra, waarna kleine lichte elektrische wagens en fietskoeriers de goederen gebundeld afleveren op hun bestemmingen. Bestellingen die we plaatsen worden niet standaard tot de voordeur geleverd. Door deze op loopafstand bij een afgiftepunt op te halen maken bezorgdiensten nauwelijks onnodig tijdrovende en dure kilometers. Bovendien zijn we efficiënt in onze goederenkilometers, doordat we bewust consumeren en op optimale locaties en schaal produceren.