ūüíö Hey jij! Ook meedoen met de leukste klimaat- en jongerenorganisatie van NL? Bekijk onze vacatures!

ūüíö Vrijwilliger bij JKB worden? Bekijk onze vacatures!

In 2050 neemt duurzaamheid een centrale plaats in bij alle onderwijsinstellingen. Duurzaamheid is integraal verankerd in het curriculum, het leerproces, de leeromgeving en de ontwikkeling van de werknemers. Door middel van de integrale schoolaanpak staan deze elementen sterk met elkaar in verbinding.

HOE ZIET HET CURRICULUM ERUIT IN 2050?

In 2050 vormt duurzaamheid een rode draad door ons onderwijssysteem. Kennis en vaardigheden voor duurzame ontwikkeling worden van jongs af aan aangeleerd aan de hand van relevante vraagstukken en onafhankelijk lesmateriaal.

Duurzaamheid als rode draad 

We komen van jongs af aan in aanraking met duurzaamheid, waarbij contact met de natuur een belangrijke rol speelt. Kinderen leren respectvol omgaan met hun omgeving en bewustzijn verspreidt zich via huishoudens en de verdere omgeving van het kind. Duurzaamheid vormt een rode draad door ons gehele onderwijssysteem. Het is een belangrijk onderdeel van de nationale eindtermen van het basis- en voortgezet onderwijs en iedereen leert over duurzaamheid in relatie tot het eigen vakgebied of beroep. Daarnaast bestaat er een verscheidenheid aan vervolgopleidingen en met name specialisaties die op gericht zijn op duurzame ontwikkeling.

Relevante en onafhankelijke leerstof

We leren over de natuurlijke, sociale en economische aspecten van duurzaamheid in relatie tot elkaar¬†aan de hand van relevante en actuele maatschappelijke vraagstukken. Het onderwijs leidt op voor de maatschappij van de toekomst en de inhoud van het curriculum wordt regelmatig aangepast aan de actuele ontwikkelingen. Het lesmateriaal en de leerinhoud is onafhankelijk van commerci√ęle belangen¬†en wordt beoordeeld door een controlerend orgaan van onafhankelijke partijen. Dit beperkt de invloed van grote bedrijven en helpt docenten bij het selecteren van materiaal voor hun eigen lessen.

Duurzame competenties

Naast kennis over duurzaamheid wordt er aandacht besteed aan diverse vaardigheden en perspectieven die bijdragen aan de inrichting van een duurzame samenleving. Het gaat onder andere om toekomstgericht, oplossingsgericht en in systemen denken. Verder spelen zelfontplooiing en empowerment op alle leeftijden een belangrijke rol in onze ontwikkeling. Daarnaast ontwikkelen we ook digitale competenties die cruciaal zijn in een snel veranderende technologische samenleving. We bezitten een kritische houding en kunnen technologische oplossingen die bijdragen aan duurzame ontwikkeling daarom optimaal benutten.

HOE ZIET HET LEERPROCES ERUIT IN 2050? 

In 2050 heeft klassikaal onderwijs plaatsgemaakt voor participatief onderwijs met veel interdisciplinaire samenwerking. Inspraak van jongeren in duurzaamheidsbeleid wordt op alle scholen gestimuleerd. 

Interdisciplinaire samenwerking

Om complexe duurzaamheidsvraagstukken te kunnen begrijpen en oplossen werken we veel samen met verschillende vakgebieden. Alle (vervolg)opleidingen hebben daarom een interdisciplinaire component. Als belangrijk onderdeel van het leerproces werken we aan vakoverstijgende opdrachten, waarbij vakspecifieke expertise integraal wordt toegepast. Binnen deze projecten is er bovendien intensieve samenwerking en uitwisseling tussen leerlingen en studenten van verschillende onderwijslagen en niveaus. Praktisch en theoretisch onderwijs vullen elkaar aan, waarbij iedere samenwerkingspartner de eigen kwaliteiten inzet.

Participatie

Er is een balans tussen leren van de docent en leren van elkaar, waarbij de docent het leerproces faciliteert. Er worden diverse werkvormen gebruikt, zodat leerlingen en studenten met verschillende leerstijlen worden aangesproken. Naast klassikaal onderwijs is er volop ruimte voor participatief onderwijs, co-creatie en onderzoekend leren. Dit wordt mogelijk gemaakt door een dynamische en flexibel in te richten leeromgeving met ruimte voor dialogen, experimenteren en creativiteit.

Inspraak

De onderwijsinstelling faciliteert inspraak van leerlingen en studenten met betrekking tot het duurzaamheidsbeleid en neemt initiatief om samen met hen de uitvoering hiervan te realiseren. Jongeren zijn aanjagers in het verduurzamen van hun omgeving. Onderwijsinstellingen moedigen initiatieven van jongeren aan en zorgen voor een omgeving waarin voortdurende verandering en verbetering de norm zijn. Er is ruimte binnen het curriculum voor leerlingen om eigen idee√ęn over duurzaamheid uit te werken in projecten. Daarnaast hebben medezeggenschapsorganen een belangrijke positie binnen de onderwijsinstellingen.

HOE ZIET DE LEEROMGEVING ERUIT IN 2050?

In 2050 fungeren alle onderwijsinstellingen als voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De school staat midden in de samenleving en zowel het eigen gebouw als de omgeving wordt gebruikt als lesmateriaal.

De school als voorbeeld

De schoolgebouwen en campussen zijn energieneutraal en vormen een voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De ruimtes bevatten veel groen en worden door zowel technologische als ecologische oplossingen optimaal benut. Er wordt veel gebruik gemaakt van diensten in plaats van producten. De kantines gebruiken voornamelijk plantaardige, lokale en seizoensgebonden producten waarbij geen voedsel wordt verspild en verpakkingen bijna geheel verdwenen zijn. Gebouwen, kantines, materialen en vervoermiddelen worden naast hun primaire functie ingezet als lesmaterialen. De leeromgeving draagt bij aan de bewustwording van de impact van onze eigen consumptie, omdat we actief met deze onderdelen aan de slag gaan.

Relatie met de omgeving

Onderwijsinstellingen staan midden in de samenleving. We leren van onze omgeving door middel van gastlessen, excursies en lokale duurzame projecten. De grootte van deze leeromgeving neemt toe naarmate we ouder worden, van lokaal in de peuterklas tot landelijk en zelfs internationaal tijdens onze vervolgopleidingen. Scholen laten aan hun omgeving zien wat ze doen op het gebied van duurzaamheid en goede voorbeelden worden erkend en uitgewisseld.HOE ORGANISEREN WE OM- EN BIJSCHOLING IN 2050? 

In 2050 is om- en bijscholing voor duurzame ontwikkeling algemeen toegankelijk, leren verschillende generaties van elkaar door bewuste samenwerking en hebben we veel aandacht voor het opleiden van duurzame docenten. 

Omscholing

Kennisinstellingen, bedrijven en de overheid zorgen samen voor aantrekkelijke omscholingstrajecten naar duurzame sectoren. We wekken actief interesse bij werknemers om zich om te laten scholen voor beroepen die bijdragen aan een duurzame samenleving. Door behoud van salaris en sociaal vangnet zijn deze omscholingstrajecten toegankelijk en betaalbaar voor iedereen. Omscholing gebeurt zowel op theoretische wijze als in praktische vorm binnen de werkomgeving.

Bijscholing

Bijscholing is een standaard onderdeel van iedere baan en wordt over de hele loopbaan gestimuleerd door werkgevers in alle sectoren. Dit zorgt voor duurzame inzetbaarheid, waarbij we blijven leren en meeveranderen met de nieuwste ontwikkelingen binnen ons vakgebied. Bewuste samenwerking tussen verschillende generaties staat centraal. Dit zorgt voor evenredige uitwisseling van ervaring, kennis en expertise.

Duurzame docenten

Duurzaamheid maakt onderdeel uit van de periodieke bijscholingen voor docenten. Daardoor bezitten alle docenten vakspecifieke en interdisciplinaire kennis over duurzaamheid en zijn ze vaardig in het aanleren van duurzame competenties. Duurzaamheid heeft een plaats in alle lerarenopleidingen en we hebben erkenning voor docenten die zich actief inzetten voor het verder verduurzamen van het onderwijs.