Pieter van Hout, bestuurslid Slow Food Youth Network (SFYN), werd geïnterviewd door Henrieke Paul, themamanager voeding bij de Jonge Klimaatbeweging.

Kun je allereerst iets over jezelf vertellen?

Mijn naam is Pieter van Hout en ik ben dertig jaar. Ik heb in Wageningen ‘Climate Studies’ gestudeerd en werk nu drie en een half jaar bij ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie). Bij ZLTO houd ik mij vooral bezig met innovaties die bijdragen aan duurzamere landbouw.

Ik ben bij SFYN actief geworden nadat ik heb meegedaan aan de SFYN Academie, een lesprogramma voor 25 jongeren die zich willen verdiepen in het voedselsysteem. Dit was een super leuk half jaar, waarbij ik erg enthousiast ben geworden over SFYN. Daarna besloot ik om het bestuur van SFYN in te gaan en werd ik regiocoördinator. Binnen Nederland hebben we negen actieve regio’s en ik zorgde ervoor dat deze regio’s goed met elkaar samenwerkten. Nu ons kantoor deze taak heeft overgenomen, kijk ik veel meer naar de lange-termijnaanpak van SFYN.

Kun je vertellen waar SFYN zich mee bezig houdt?
SFYN wil jongeren betrekken bij ons voedselsysteem. Door middel van ludieke en positieve acties vragen we aandacht voor onderbelichte thema’s zoals het belang van voedselonderwijs, het groeiend tekort aan jonge boeren en voedselverspilling. Zo organiseren wij organiseren we bijvoorbeeld de World Disco Soup Day. Op deze dag maken we soep van overgebleven groentes en laten we zien wat je zelf tegen voedselverspilling kan doen. Onze acties zijn vernieuwend en prikkelend en we hopen met de acties de gevestigde orde in de industrie wakker te schudden. SFYN is een mondiaal netwerk, dus deze voedselthema’s pakken we samen op met jongeren over de hele wereld.

Wat is momenteel het leukste project waar SFYN mee bezig is?

Momenteel vindt de negende editie van de SFYN Academie  plaats. Hierbij maken mensen die studeren of werkzaam zijn binnen de voedselketen, een reis langs de voedselketen. Hierbij leren we alle schakels binnen de keten beter kennen en begrijpen. Gedurende een half jaar discussiëren we over verschillende thema’s en krijgen we gastcolleges van experts uit het veld. Ook bezoeken we praktijkvoorbeelden zoals een biologisch-dynamische boerderij, maar ook een high-tech trawler (vissersschip). Op deze manier laten we deelnemers nadenken over hun rol binnen ons voedselsysteem en bouwen we aan een netwerk van voedselveranderaars.

Daarnaast organiseren we sinds kort het programma ‘SFYN Food Pioneers’. Dit is bedoeld voor duurzame voedselondernemers met een start- of scale-up, die allemaal tegen dezelfde problemen aanlopen bij het zetten van de volgende stap. Deze ondernemers geloven in een duurzamer en eerlijker systeem en hebben wat ons betreft de potentie om de voedselketen van onderaf te veranderen.

Op welke manier is jullie platform met klimaatverandering en duurzaamheid bezig?

Duurzaamheid zit in onze genen. We zijn bezig met ‘good, clean & fair’ voedsel en dit betekent dat we willen dat er goed en eerlijk wordt omgegaan met producten, dieren, planten en de mensen die ons voedsel produceren. We hebben onder andere het ‘Menu for Change’ ontwikkeld, waarin we ideeën geven hoe je duurzamer kunt koken en eten. Er is namelijk heel veel meer lekkers en gezonds dan alleen aardappelen, vlees en groenten!

Wat is jullie input voor de Jonge Klimaatagenda geweest?

We zijn twee keer bij de Klimaatdialogen geweest. Voor ons was voedselverspilling een heel belangrijk punt. Bij de productie van voedsel wordt veel energie gebruikt en vervolgens gooien we het voedsel zomaar weg. We leven teveel in overvloed, waardoor voedsel ondergewaardeerd wordt. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat we naar een ander en duurzamer eetpatroon gaan met meer plantaardig eten. We kunnen met veel minder maar beter vlees!

Waarom hebben jullie besloten om de Jonge Klimaatagenda te ondertekenen?

We vinden het mooi om te zien dat met de Jonge Klimaatagenda jongerenorganisaties worden verenigd. De huidige manier waarop we omgaan met energie, maar ook voedselproductie is niet houdbaar voor de toekomst. Het is heel belangrijk dat jongeren daar nu al mee bezig zijn. We hebben als jongeren ook zelf een verantwoordelijkheid, dus we moeten nu iets doen!

Wat vinden jullie belangrijke passages in de Jonge Klimaatagenda met betrekking tot jullie eigen werkveld?

Het thema voeding binnen de Jonge Klimaatagenda is een belangrijk thema voor ons, omdat ons huidig voedselsysteem een enorme impact heeft op het milieu. Het veranderen van ons eetpatroon is erg belangrijk, maar blijft wel een moeilijk issue. Deels zal technologie een rol spelen in het veranderen van de voedselketen, maar de vraag is hoe ver we daarin willen gaan. Alles robotiseren is ook niet helemaal de toekomst die we voor ons zien. 

Wat vinden jullie op dit moment belangrijke uitdagingen op het gebied van verduurzaming binnen de voedselsector?

De impact die klimaatverandering gaat hebben op de voedselproductie. De boeren en de consument zijn de grootste slachtoffers van klimaatverandering. Extreme weersituaties hebben we de afgelopen jaren al meerdere keren gezien in Nederland. Alleen al het weer van dit voorjaar heeft ervoor gezorgd dat het pootgoed in de grond is vergaan. De grootste uitdaging is dat consumenten dit nog niet doorhebben. De schappen liggen altijd vol, maar wat als twee of drie seizoenen de oogst mislukt?

Kunnen jullie, tot slot, beschrijven hoe jullie hopen dat de voedselsector er in 2050 uitziet? (dromen mag altijd 😉 )

Ik hoop zelf op een ‘techno-ecologisch landbouwsysteem’ , waarbij technologie wordt gebruikt om een meer ecologische landbouw mogelijk te maken. Het nadeel van een landbouwsysteem met mengteelt (gewassen die door elkaar staan) is dat er veel handenarbeid nodig is, terwijl de productie ongeveer 20% hoger ligt en dit ook nog bijdraagt aan een verbeterde bodem en hogere biodiversiteit. Technologie kan deze manier van productie weer rendabel maken.

Daarnaast hoop ik dat consumenten gaan nadenken over het effect dat voedsel heeft op het klimaat en milieu. Veel mensen weten niet meer wat er in de landbouw gebeurt, hoe het eten in de supermarkt terecht komt en denken daarom ook niet na over wat ze eten. Het is belangrijk dat consumenten weten wat het effect is van hun eetpatroon op de wereld om hun heen.