In 2050 zijn onze steden duurzame en gezonde plekken om te wonen, te werken en je vrije tijd door te brengen. In de stad zal meer groen en water te vinden zijn. Hierdoor ontstaat er weer meer ruimte voor mensen. Er is plek voor voetgangers en fietsers. Hoe willen we dit doen? Doordat de gemeente regels opstelt voor hoeveel groen er in de wijk moet zijn, zorgen we dat er een beter evenwicht is tussen verstening (gebouwen en wegen) en vergroening (bomen, water en gras). Hierbij werkt de gemeente samen met bewoners die ook in hun eigen tuin of buurt meer groen kunnen aanbrengen. Dit zorgt ervoor dat bewoners de oplossingen duidelijk kunnen zien in hun eigen omgeving. Het is ook belangrijk dat de overheid samenwerkt met bedrijven in het vergroenen van de stad. Doordat er naar alle voor- en nadelen wordt gekeken van groen en blauw in de buurt, zorgt dat ervoor dat het aantrekkelijker wordt om hier geld aan uit te geven. Deze voordelen zijn bijvoorbeeld: een hogere waarde van huizen en gebouwen, sociale cohesie in de buurt en gezondheid van bewoners. Als we dit allemaal meenemen in de berekening, is natuur eigenlijk helemaal niet zo duur!